Doorgaan naar hoofdcontent

Slagerstranen - Alexander Koning

Slagerstranen - Een Stadswandeling Deel 3
 
   
Eerst denk ik dat ik het verkeerd heb gehoord. Het is al zo'n gekke dag. De loodgrijze wolken boven de Indische Buurt, waar ik woon, spelen een onaardig potje verstoppertje met een optimistische lentezon. Mijn fietsketting is losgegaan en bovendien heb ik een lekke band.

Ik ben vanochtend mijn portemonnee thuis vergeten en wil nog een biertje gaan drinken met vrienden. Het is dat ik haast heb, anders zou ik een andere weg nemen. Niet onder het spoorwegviaduct door maar over het mooie rode bruggetje bij de Praxis. Daar waar de meerkoeten samenleven met het grote aantal ratten dat onze wijk telt. Het blijft een grote stad. Ik heb overigens weinig tegen meerkoeten.

Nu ik de tunnel nader wordt het geluid sterker. Het scherpe piepen van treinen over de sporen vermengt zich met het geluid van een accordeon.

Onder het viaduct bij het Muiderpoort station staat een Roemeense accordeonist, zijn rug leunend tegen een graffitiwand waarop in grove lijnen een jongen met een Ajax-shirt is vereeuwigd — een dode supporter, zo maakte ik op uit de datums die erbij gespoten zijn en de tekst 'Jimmy Forever'. Tweeëntwintig jaar geworden. Dat is niet veel.

De accordeonist speelt traditionele melodieën die doen denken aan de Balkan. Aan dronken avonden langs de Donau. Zijn jas is te groot, of hij te dun. De klanken vermengen zich naadloos met het gedonder en gekras van een overkomende goederentrein. Het creëert een zeldzaam beeld — hier, op de grens tussen de chique wijk de Watergraafsmeer en het multiculturele Zeeburg, voelt de aanwezigheid van de muzikant als een surrealistische optelsom van achtergronden en culturen.

Mensen lopen aan hem voorbij zoals je aan een scheef liggende stoeptegel voorbijloopt: even opmerken, dan vergeten. Maar ik blijf staan. Ik moet. De melancholie in zijn spel heeft zich als een haak in mijn borst genesteld.


Ik mik uiteindelijk een muntje in zijn hoed en loop door naar Bar Joost, op de hoek van de Molukkenstraat en de Niasstraat. Straatnamen die niemand die hier niet woont iets zeggen, maar die 'ons Amsterdammers' het gevoel geven dat we erbij horen. Dat we een wezenlijk onderdeel uitmaken van het bruisende en kosmopolitische geheel dat deze stad is. Al wonen we er nog maar een jaar, de stadsdelen, wijken en straatnamen uit ons hoofd leren is een vereiste. Een onontkoombaar onderdeel van de overgangsrite van het wonen 'buiten' naar het wonen 'binnen' de ring. Enfin…

Ik zoek mijn vrienden. Ze zitten er al, buiten, op het terras.

Naast hun een opvallende verschijning. Een jongeman, ergens eind twintig, wellicht begin dertig. Hij heeft een spits gezicht, lang haar en een verzorgde baard. Hij draagt een grote bril met een zwart montuur en heeft een artistiek petje op. Op zijn spijkerjack prijken splinternieuwe emblemen van decennia oude metalbands als 'Iron Maiden' 'Paradise Lost', 'Venom' en 'Sepultura'.

Hij zit alleen. Zijn broek — een vale zwarte Levi's 501 — hangt losjes om zijn magere benen. Aan een van de riemlussen bungelt een universiteitspasje, het soort dat piepjes uitlokt als je door glazen deuren wilt. Hij maakt met zijn telefoon een foto van het blik bier dat hem net door de bediening is aangereikt.

'Butchers Tears', goede naam, goede titel voor een verhaal ook.

Er komt een man tegenover hem zitten, ongevraagd zo te zien. Het is me op het eerste gezicht niet duidelijk of hij contact zoekt of dat zijn benen hem door de drank niet meer kunnen dragen en hij daarom willekeurig neerploft op het bankje.

Het lichaam van de man lijkt vastgeklonken in tragiek. In een ander leven had hij Hells Angel kunnen zijn geweest, of in ieder geval een dergelijke ambitie kunnen hebben gehad. Zijn huidige uitstraling is meer die van een dronkaard die de waarheid in pacht denkt te hebben. Zo eentje die je wel even zal vertellen 'hoe het écht zit' met de wereld. Of je het wil of niet. Hij zal met zijn wazige blik en zijn imposante — op omvallen staande — gewicht proberen een praatje te maken.

Ook hij droeg een spijkerjack. Een met leren mouwen en eveneens emblemen van bands die verwezen naar een vervlogen tijd. Een tijd waarin de wereld meer straatvechters kende dan dichters. Een wereld waar rauwheid werd geprezen en het een eer werd beschouwd met je blote vuisten te vechten voor je plek in het bestaan. Het was niet als de huidige tijd waarin fijnzinnige poëten de dienst uitmaken en bij elke verbale tackle met een dramatische schwalbe de tranen van de verongelijktheid laten vloeien. Ik wil hiermee het verleden niet verheerlijken, nostalgie is immers ook niet meer wat het geweest is. Ook doe ik niet graag harde uitspraken over de huidige tijdgeest. Het is een constatering, geen aanzet tot discussie.

'Wat drink je?' vraagt de man uiteindelijk als hij zijn armen en benen een plek heeft weten te geven.

'Sorry?' Antwoord de jongeman. 'Ik kan alleen beetje Nederlands'

'Were u from?' de man zijn Engels is even gebroken als het Nederlands van de jongeman.

'Hungary' 'But I'm not hungry' de jongeman probeert de vermoeiende woordgrap over zijn land van herkomst gelijk in de kiem te smoren. De oude rocker reageert niet.

'What you do here in Holland?' De jongeman voelt een opening voor een gesprek en begint te stralen, zijn stem is opvallend hoog en speels. Bijna cartoonesk.

'I study chemistry', 'Here, look' De jongeman stroopt zijn mouw op en laat een tatoeage zien, een moleculaire formule prijkt in onuitwisbare inkt op zijn onderarm.

'It's the first molecule I ever invented.'

'You do chemistry, that's cool. Can you also make drugs? Xtc? LSD?'

'I never get that question' Het is onduidelijk of de oudere man het sarcasme in de opmerking van de jonge chemicus heeft ontwaard. Het maakt hem ook weinig uit.

'My friend he make LSD, long time ago, but a fire, evryfing gone.'

'I love making molecules, specially in de hypothermal range. The future of chemistry is so exiting.'

'I took lot lot of LSD when i was young.'

'There was this day I almost won a prestigious price in Basel with my students, it was for a novel hydrogenetic formula we had fabricated.'

De twee lijken niet geïntegreerd in de inhoud van elkanders woorden. Het samenzijn tussen de glazen bier door is voldoende. De lentezon wint het langzaam van de wolken. Een warm licht zakt over het terras, alsof ook de stad even verzacht. De mannen lijken elkaar te hebben gevonden in hun eenzaamheid.

Over mijn wang glijdt iets wat lijkt op een ontroerde traan.




Vond je deze tekst leuk? Deze schrijver wil graag meer lezers. Je kunt hem/haar op de volgende manieren helpen:
- Geef hierboven een hartje. Meer hartjes betekent meer lezers voor deze tekst.
- Laat hier beneden een reactie achter. Ook dit trekt weer nieuwe lezers aan.
- Stuur dit verhaal naar iemand die van lezen houdt.
Namens de schrijver: heel erg bedankt voor je hulp!! ❤

Reacties

  1. Thomas Vilt1/4/25 10:28

    Hoi Alexander,

    Het derde verhaal dat ik je van je lees. Ik vind het leuk dat je in deze meer perspectieven brengt dan in de andere twee. De afstand, maar dan ook zachtheid, in het gesprek tussen de Hongaarse student en de "Hells Angel"-man is leuk.

    Taalkundig valt mij op dat je verteller óf veel invult óf alwetend is. Hoe weet hij dat de accordeonist Roemeens is? "Straatnamen die niemand die hier niet woont iets zeggen, maar die 'ons Amsterdammers' het gevoel geven dat we erbij horen." Dat is ook een aanname. "De jongeman voelt een opening voor een gesprek" ook. Zo zijn er nog een paar.
    En soms vind ik je taalgebruik net wat te overdadig. "Het lichaam van de man lijkt vastgeklonken in tragiek." Wat voegt deze zin toe aan de meer zintuigelijke observaties die je daarna maakt? Er zijn er nog een paar, ik zou daar nog eens kritisch naar kijken.

    Maar ik vind dat je een heel levendig beeld van de stad (in dat geval Amsterdam) geeft, met een scherp oog voor details en contrasten tussen de chique en rauwere delen van de stad. Complimenten!

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dag Thomas,

      dank voor je analyse. Leuk dat je de tijd neemt mijn verhalen te lezen. Grappig is dat een andere lezer mij juist aanmoedigde meer alwetend te zijn. In het originele stuk stond bijvoorbeeld dat ik aannam dat de muzikant Roemeens is. Er was iets meer nuance die ik eruit heb gehaald.

      Ik neem je adviezen ter harte en zal nog eens kritisch kijken.

      Heel erg bedankt in ieder geval voor de feedback. Ik waardeer het zeer.

      Met vriendelijke groet,

      Alexander

      Verwijderen

Een reactie posten