Doorgaan naar hoofdcontent

Vrijdag schrijfopdracht - Dichtregel

We hebben een wekelijkse schrijfopdracht. Iedere vrijdag om 14:00 uur vragen we je om een tekst van 100 á 300 woorden te schrijven aan de hand van een opdracht. Je kunt jouw tekst een week lang hieronder in de reacties plaatsen. De redactie van De Slushpile kiest iedere week een winnaar. We maken die elke vrijdag om 12:00 uur bekend. De deadline van de schrijfopdracht is telkens de eerstvolgende vrijdag om 09:00 uur ’s ochtends. Elke schrijver kan één tekst per schrijfopdracht inzenden.

De opdracht luidt: Schrijf een tekst bij een dichtregel. Maak van die dichtregel de titel van je tekst.





Vond je deze tekst leuk? Deze schrijver wil graag meer lezers. Je kunt hem/haar op de volgende manieren helpen:
- Geef hierboven een hartje. Meer hartjes betekent meer lezers voor deze tekst.
- Laat hier beneden een reactie achter. Ook dit trekt weer nieuwe lezers aan.
- Stuur dit verhaal naar iemand die van lezen houdt.
Namens de schrijver: heel erg bedankt voor je hulp!! ❤

Reacties

  1. Jan Schuuring28/3/25 15:02

    Je wilt gewoon dezelfde blijven

    2025
    Je kijkt naar haar lege stoel aan de keukentafel. In het glas van de magnetron zie je jezelf. Je schrikt van het beeld. Ben jij dat? Een bord, een mok, brood, boter, beleg. Alles is er.
    Na je werk kom je in een leeg huis. Geen thuis. Je slaapt alleen in het tweepersoonsbed. Of je ligt wakker, luisterend naar de zachte nachtgeluiden, kijkend naar de lege kant.

    2019
    Je hebt voorgesteld er samen een week tussenuit te gaan. Misverstanden uitpraten, fouten rechtzetten. Strand- en boswandelingen, eten bij kaarslicht, samen op de bank voor de teevee of met een boek. Glas wijn, stukje kaas. Tedere intimiteit. Je weet zeker dat het goed komt. Het móet goed komen. Je telefoon piept. Een appje. Van haar! Je leest: “Laat maar”.

    2003
    Jullie zitten op een bankje tegenover de speeltuin. Je staat op en koopt twee ijsjes bij de Italiaanse ijskar verderop. Zij bijt het puntje van het hoorntje. Kort daarna druppelt er ijs op haar rok. Jij lacht. Ze drukt haar ijs tegen het puntje van je neus. Daarna likt ze het ijs eraf en geeft je een zoen op je mond. Je denkt: Zo moet het altijd blijven.
    (Vlinders – Johanna Kruit)

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hij noemt mij steeds zijn lieve kind.

    Zijn stem is zacht, bijna teder, maar ik weet wat erachter schuilt. Ik weet wat hij bedoelt als hij mijn haar strijkt, als zijn vingers te lang blijven hangen. Jarenlang heb ik geleerd hoe ik een lief kind moet zijn. Hoe ik mezelf in een schaduw kan veranderen, hoe ik mijn adem in kan houden tot zijn hijgende storm overwaait. Maar de storm gaat nooit liggen.
    Vanavond sta ik in de deuropening van zijn kamer. Mijn hart bonkt, mijn hand omklemt het keukenmes dat ik tussen het afval op het aanrecht vond. Hij ligt op bed, half slapend, half mompelend.
    "Ben jij dat?"
    Ik stap dichterbij, ga op de rand van het matras zitten. Zijn ogen openen zich in spleetjes.
    Ik glimlach, langzaam, zonder woorden.
    Dan duw ik het mes in zijn zij.
    Een rauwe kreun ontsnapt aan zijn lippen. Zijn ogen sperren zich open, groot van angst en ongeloof.
    "Waarom... mijn lieve kind?"
    Ik draai het lemmet een fractie, voel hoe hij ineenkrimpt. Ik wil dat hij het voelt. Dat hij wéét.
    Zijn schreeuw breekt de stilte.
    "Ik ben niet jouw lieve kind."
    Ik trek het mes terug. Bloed welt op, donker en traag. Hij snakt naar adem, zijn lichaam schokt. Zijn vingers zoeken houvast, grijpen in het luchtledige.
    "Ik ben een jongen."

    (De kinderliefde - Hieronymus van Alphen)

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Hier stokt het hanige heilige woord

    Door de kleur van het decor denk je aan de plasvlekken, het beschimmelde badkamerplafond en de doorrookte geur van zijn rouwproces. Na de dood van zijn vrouw heeft hij echter ook de televisiezender opgericht waar je vandaag een screentest hebt. In deze jurk ben je sterk. De receptioniste kijkt op en zegt vriendelijk: 'Je kent de weg.' Je zucht je spanning uit je lijf, al is hij gewoon je schoonvader. Zijn bedrijf is het amateurisme tenslotte voorbij, afgezien van het gele zandsteendecor, dat je nooit eerder echt is opgevallen.

    Hoe vaak heb je al op die stoel zitten dromen, wanneer je dacht dat niemand keek? Je zit kaarsrecht en oefent de woorden. De tekst ken je van buiten, maar je gedachten dwalen af. Gelukkig heb je nog veel tijd. 'Pedagogiek?' herhaalde hij, een beetje schamper toen je man je destijds aan hem voorstelde. Misschien was dat je eigen onzekerheid. Je merkte wel dat hij je mooi vond. Zijn vrouw was toen al ziek. Je man wist het ook. Hij zei: 'Het is gewoon beroepsdeformatie'. Sindsdien zag je het maar als ongemakkelijk compliment; maar vandaag draag je dus wel die jurk. Je staat op en gaat alvast naar de visagie.

    Om haar werk niet te verstoren, hoor je haar zwijgend aan. 'Wat erg, hè, van die heup. Hij is ook al over de zeventig. Gelukkig heeft hij een zoon klaargezet om dit bedrijf over te nemen. Het lijkt potdorie wel Dynasty. Maar goed, ik heb er mooi werk aan.' Na haar finishing touch been je naar buiten en belt hem op. 'Je regelt nú professionele zorg voor je vader,' zeg je, 'of ik ben hier weg.' De cameraman staat al voor je klaar. Met deze energie kom je desnoods bij iedere omroep binnen.

    (Tempel – Mustafa Stitou)

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Deze reactie is verwijderd door de auteur.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Jo Kessels30/3/25 11:20

    Ik ging naar Bommel om de brug te zien

    Ik parkeer mijn auto en wandel door de stad. De straatjes zijn smal, de oude panden getuigen van een lange historie. Ik volg het pad naar de brug en begin langzaam omhoog te lopen. Het is een steile klim, de stenen voelen ruwer onder mijn schoenen dan ik had verwacht. Bovenaan wordt ik beloond met een prachtig uitzicht over de Waal. De rivier stroomt krachtig onder de brug door, haar water reflecteert het licht van de ondergang van de zon. Lotte had dit prachtig gevonden.
    De brug, die in de jaren dertig werd gebouwd, was oorspronkelijk bedoeld om de verkeersdrukte van de oude veerboten te verminderen. Het was de enige grote brug tussen Nijmegen en Gorinchem, wat het een cruciaal punt in het verkeer maakte. Ik kan me de tijd van de bouw voorstellen, de arbeiders die onder zware omstandigheden de staalconstructie in elkaar zetten. Het was niet zo ver weg, die tijd van geploeter en vooruitgang. Het is bijna alsof ik die tijd een beetje kan voelen, de geschiedenis die in de lucht hangt.
    Ik kijk naar het water en zie een jong stel in een bootje. Ze lachen luid, hun stemmen echoën zacht over het water. Ze drinken wijn. De vrouw gooit haar hoofd achterover en lacht hard, terwijl de man een speelse opmerking maakt en haar met een knipoog aanstoot. Het is een scène die vol leven zit, vol onbezorgdheid.
    Ik vraag me af of ze zich ooit de toekomst in de ogen hebben gekeken, zoals ik. Of ze denken aan wat er verloren gaat, als het moment voorbij is. De vrouw heeft iets lichts, iets ongedwongen. Ze is jong, net als Lotte was, toen alles nog voor ons openlag. De gedachte komt onverwacht, een flits van herinnering. Hoe we ooit op een zonnige dag naast elkaar zaten op de Waalkade, vol plannen voor alles wat we nog zouden doen. Maar de toekomst had andere plannen voor ons.

    (Martinus Nijhoff - De moeder de vrouw)

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Over het krakende ei

    ‘Hoe voel je je?’
    Ze was aan de kant van het bed gaan zitten waar geen infuus in hem stak.
    ‘Ik verveel me niet. Dus dat klopt wel.’
    ‘Kijk eens wat ik heb meegebracht.’
    ‘Een pop en een bal,’ zei hij met lichte spot. ‘Was je bang dat ik me die niet zou herinneren?’
    ‘Luister Bert, ik heb behoorlijk gedwaald in mijn zoektocht naar jou. Je hoeft niet nijdig te worden.’
    ‘Ik ben niet nijdig. Hoewel die veiligheidshekjes rond mijn bed echt niet hoeven.’ Hij pakte haar hand vast. ‘Ik heb nog nagedacht over dat krakende ei. Dat het breken van de schaal een transformatie is, een begin en een einde tegelijk.’ Hij haalde moeizaam adem en zei met tranen in de ogen: ‘Die eerste keer. Weet je nog? Toen jij zei dat je ging komen. Ik was zo verrast dat ik dat kon. Terwijl het tussen ons was. Het was wat wij ervan maakten, en waar we daarna steeds beter in werden. Niet alleen jouw schaal brak toen, ook de mijne. Ik ben toen als man geboren.’
    Het witte laken verschoof nauwelijks waarneembaar.
    ‘Stom dat ik je dat nooit gezegd heb, maar ik dacht dat we tegenpolen waren, dat jij uit de hemel kwam. En ik? De antipode? Ik werd pas iets door jou.’
    Ze kuste zijn voorhoofd. ‘Geeft niet. Mijn heelal is zo ruim dat er altijd plek voor je is. Voor wat je was, bent en gaat worden.’

    (poëzie is kinderspel – Lucebert)

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Sterre van Amerongen30/3/25 13:56

    In the room the women come and go, talking of Michelangelo

    De deur zwaait open. Een golf van goedkope parfum, wijn en een vage zweem zweet walmt de kamer in. Drie vrouwen laten zich in de stoelen zakken, jassen half afgeschoven. Cappuccino’s, gebak en glazen wijn worden met een klap neergezet door een verveelde ober.
    "Nou, ik zei dus tegen hem," begint de eerste vrouw luid, terwijl ze haar zonnebril afzet en met een plakkerige vinger aan haar neus krabt, "dat zijn lichaam écht niet meer Michelangelo-waardig is. Hij keek me aan. Wist niet waar ik het over had." Ze propt een stuk taart naar binnen, slagroom blijft in de hoek van haar mond hangen.
    "Ach schat," zucht de tweede, terwijl ze haar wijn ronddraait, "de enige Michelangelo die hij kent, is die ninja-turtle. Nou, zo’n lichaam heeft hij wel." Ze barst in lachen uit, verslikt zich, slurpt haar wijn weg en veegt haar mond af aan haar mouw.
    De derde knikt langzaam, haar mond vol gebak. "Maar even, wie was Michelangelo ook alweer?"
    De eerste vrouw laat haar ogen rollen. "Jezus. Echt waar?"
    De derde schouderophalend: "Het boeit me niet: mannen uit de geschiedenis. Er zijn zóveel interessante vrouwen. Daar hoor je nooit iets over!"
    "Ach, wat ben jij woke!" zegt de eerste. "Sinds wanneer ben jij zo?"
    "Sinds mijn dochter is gaan studeren," zegt de derde droogjes. Ze vist haar telefoon uit haar tas en scrolt gedachteloos.
    "Nou, ik heb anders wel zin in een lekkere man," zegt de eerste. Ze werpt een blik naar de bar. "Wat vinden jullie van de ober? Zou die een Michelangelo-wasbordje hebben?"
    "Wat ben jij erg," lacht de tweede, terwijl ze haar glas heft. "Maar die kan jou niet aan!"
    "Dit gaat echt nergens over," zegt de derde.
    De ober, die al een tijdje onopvallend glazen stond te polijsten, schuifelt dichterbij, zichtbaar ongemakkelijk. "Dames, ik weet dat jullie het gezellig hebben, maar zouden jullie íets zachter willen praten?"
    De eerste laat een harde boer en grijnst. "Oeps."

    (The Love Song of J. Alfred Prufrock - T.S. Eliot)

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Mathis Bronck30/3/25 16:19

    La morale est la faiblesse de la cervelle

    David kijkt naar de vrouw tegenover hem: zijn blik subtiel, maar niet onopgemerkt. Haar ogen flitsen even naar de zijne en een glimlach danst om haar lippen. Ze heeft iets in haar aanwezigheid, een soort vanzelfsprekende charme die hem meteen aantrekt.
    "Je hebt een oprechte blik" zegt ze, haar stem kalm en nieuwsgierig. "Het lijkt wel of je iets in gedachten hebt."
    "Misschien is dat wel zo," zegt hij met een speelse toon. "Of misschien is het gewoon de treinrit die zo lang lijkt."
    Ze lacht mee. "Misschien is het de lange rit," herhaalt ze met een betekenisvolle glimlach.
    De trein begint te vertragen. David voelt een lichte opwelling van durf. "Ik moet hier uitstappen," zegt hij, terwijl hij opstaat. "Zou je mee willen komen? We kunnen verder praten, ergens buiten."
    Ze kijkt hem even aan, een blik die iets verder gaat dan gewoon nieuwsgierigheid. "Ja, waarom niet," zegt ze, haar stem nu iets zachter.
    Wanneer ze uitstappen, loopt ze naast hem. Het is een paar stappen later dat ze plotseling vraagt: "Heb je een vriendin?"
    David kijkt even in haar ogen. "Ja," zegt hij. "Ik heb een vriendin."
    Ze stopt even met lopen en kijkt hem verwonderd aan. "En... je vraagt me mee, terwijl je een vriendin hebt?"
    David voelt een lichte spanning in zijn buik. Dit moet hij uitleggen. "Ja, maar... het is anders. We geven elkaar vrijheid om met anderen te zijn. We zijn polyamoureus, zeg maar."
    Hij voelt zijn charme verdwijnen in de ongemakkelijke uitleg. Wie is hij verantwoording schuldig? De vrouw merkt het ook. David voelt hoe de lucht tussen hen verkilt. Ze glimlacht zwakjes en kijkt naar de klok op het perron.
    “Ik bedoel -,” zegt hij.
    "Dat is niet echt mijn vibe," zegt de vrouw haastig. “Sorry.” Ze stapt net op tijd terug de trein in, zonder om te kijken. Hij blijft staan en voelt zich onzeker. De volgende keer hoeft hij het niet uit te leggen.

    uit “Une saison en enfer” van Arthur Rimbaud

    BeantwoordenVerwijderen
  9. Suzanne Schuijt30/3/25 18:31

    Tegen elkaar en een muur slapen twee fietsen

    De stad is nog stil als ze om kwart voor vijf de trappen van het treinstation beklimt. De verstrengeling van een uur geleden doordringt haar gedachten als de borden wit blijken. Ze ontdekt een bord, terwijl ze zich door een geestelijk moeras vecht om zijn aanrakingen te verjagen. Het bord haar 05.07. Ze kijkt op haar horloge, maar ziet sporen van zijn nagels die het van haar pols gerukt hebben en de angst die haar bekruipt doet haar om zich heen kijken, waardoor er een scheut van pijn door haar nek schiet. Ze sluit haar ogen, maar ziet zijn natte lippen en opent ze vol walging. De klok hangt voor haar. Nog vijftien minuten wachten op dit station waar ze nooit meer terug zal keren. Vijftien minuten zal ze zwelgen in zelfmedelijden en walging en angst dat hij zijn onderbroek over zijn benen trekt. Ze hoort de seconden wegtikken, terwijl ze zijn neus in haar haren voelt snuiven. Voetstappen klinken achter haar en ze kijkt om zich heen, maar weet dat ze te laat is als ze een zonnebril ziet. Ze wil gillen, maar haar adem stokt en de helderblauwe jurk van een dame verschijnt. De opluchting is van zo een omvang dat de opgebouwde tranen die ze urenlang heeft teruggedrongen een overstroming veroorzaken. Ze hapt naar adem en kokhalst. De vrouw komt nadert en spreekt troostende woorden met een geruststellende stem en ze breekt daar op het station doormidden. De vrouw vraagt of ze haar aan mag raken. De armen om haar heen voelen niet als de zijne, de angst in haar hart verzacht. Ze besmeert de blauwe jurk met snot, maar de vrouw houdt haar vast tot ze de piepende remmen van de sprinter hoort en de wind en ontsnapping voelt die hij met zich meebrengt.

    BeantwoordenVerwijderen
  10. Sophie de Graaff30/3/25 23:01

    This it is and nothing more

    Op een kille, duistere nacht, terwijl ik uitgeput over mijn laptop gebogen zit, tikt de regen monotoon tegen het raam. Mijn scherm werpt een kil blauw licht over de kamer. Mijn vingers hangen boven het toetsenbord, twijfelend of ik Lenore’s laatste berichten weer moet lezen. Haar Instagram-account Raven1991 staat nog altijd online. Een naam die nu een spookbeeld is. Een herinnering die weigert te verdwijnen.

    Een ping. Helder en onmiskenbaar. Mijn adem stokt. Een DM van Raven1991. Maar dat kan niet. Ze is niet meer.
    Met trillende vingers open ik het bericht. Het is een afbeelding. Het laadt langzaam, alsof het moment wordt opgerekt om mijn angst te voeden. Dan verschijnt het op het scherm: een kamer, een buste van Pallas Athene in het midden, half verlicht door een zwakke lamp. Onder de foto één enkel woord: "Nevermore."

    Mijn hart bonkt in mijn keel. Ik slik, probeer logisch te denken. Een hack? Een slechte grap? Ik klik op haar profiel. Geen posts. Geen volgers. Een leegte, behalve dit ene bericht.
    Dan nog een melding. Een video call. Mijn vingers zijn koud als ik opneem. Stilte. Alleen zacht, ruisend geluid.
    “Wie is dit?” Mijn stem breekt.
    Het ruisen stopt. Dan een fluistering, vlak en kil: "This is it and nothing more." Mijn maag krimpt. Ik verbreek de verbinding, maar mijn scherm blijft oplichten. Een woord flitst opnieuw op in de chat: "Nevermore."

    Ik trek de stekker uit mijn laptop. Dan nog een ping. Mijn laptop blijft oplichten, alsof het door iets van binnenuit verlicht wordt. De afbeelding staat er nog steeds. Ik word opnieuw gebeld. Een woord vult het scherm, knipperend, dwingend: "Nevermore."
    Mijn ogen blijven eraan vastgeklemd. De kamer om me heen lijkt te vervagen, het enige wat overblijft is het scherm. De foto. Het woord.
    “Nevermore.”
    En zo is het nu nog steeds.

    (The Raven - Edgar Allan Poe)

    BeantwoordenVerwijderen
  11. God in his wisdom made the fly, and then forgot to tell us why

    Leonard zit in zijn rommelige kantoor op de Faculteit Poëzie in Gebouw 4. De geur van stiekem gerookte sigaretten en goedkope espresso hangt in de lucht. Een vlieg cirkelt rond zijn hoofd, ongenaakbaar, als een cynische herinnering aan zijn mislukte pogingen om controle over zijn leven te krijgen. Hij slaat, mist. Het is een wonder dat de vlieg het niet als frontale aanval opneemt. Als hij zelf een vlieg was, had hij dat ongetwijfeld gedaan.
    Hij wacht op een bericht van Carlotta, zijn laatste metafoor voor de constante twijfel in zijn hart. Moet hij zijn vrouw verlaten voor Carlotta, de studente die hem opnieuw laat leven? Of creëren neurotische academici zoals hij hun eigen problemen, om de leegte en de angst voor de dood te ontvluchten?
    De vlieg zoemt langs zijn oor. Leonard slaat opnieuw. Mis. Carlotta heeft hem geadviseerd het huwelijk niet te verbreken, maar zijn hoop om met haar opnieuw te bloeien onderdrukt de rede. Het hart wil wat het hart wil.
    “Leonard?” zegt zijn collega professor Michiel, die op de geopende deur klopt. “Wil jij mijn college overnemen morgen? Ik ga naar de onthulling van een muurgedicht.”
    “Muurgedichten,” zegt Leonard, “de laatste wanhopige poging van dichters om mensen hun anders snel vergeten werk op te dringen.” Hij loopt langs hem heen, met een map papieren in zijn hand. "Typisch voor de postmoderne Nederlandse ego-cultuur. Alsof we kinderen zijn die hun rapport mee naar huis nemen.”
    Hij grinnikt en Michiel lacht met hem mee, al is het met wat vermoeidheid. “Heb jij het rapport al naar Carlotta gebracht?”
    De vlieg volgt Leonard naar buiten. “Dat is laag, Michiel.” De vlieg landt op zijn neus. Leonard haalt adem. Hopelijk slaat hij dit keer eens raak.

    Naar “The Fly” van Ogden Nash
    Thijs V.

    BeantwoordenVerwijderen
  12. Leah Bosch1/4/25 13:21

    Alles is mond en mond en mond en mond

    Zijn handen glijden zacht haar lichaam. Hij duwt zijn tong tussen haar lippen.
    "Niet iedereen durft dat, zomaar met een vreemde naar huis gaan," Ze zegt niets. Ze kijkt hem alleen aan. Zijn handen trekken haar shirt omhoog.
    "Je bent echt stil, of niet? Ik vind dat wel wel lekker. Stille wateren, hè!"
    Ze knippert met haar ogen. Ze voelt hoe ook deze man weer over wil gaan tot domineren. Opnieuw voelt ze de drang om daar mee te gaan. Te gehoorzamen. Omdat het dan goed is.
    Maar deze keer is haar geest is een stap vooruit. Haar geest, die naar meer zoekt dan vluchtige bevrediging, laat haar plotseling de zelfwalging voelen van alle keren dat ze seks had en over haar grenzen ging. Zonder een woord te zeggen, duwt ze hem met één hand op zijn rug, zodat hij tegen het matras valt.
    "Oh, kijk, een beetje pit," zegt hij met een zelfverzekerde glimlach. Hij trekt zijn onderbroek uit.
    "Nice.” Ze knielt boven hem, haar grip stevig om zijn heupen. Ze trekt haar shirt uit en buigt zich naar hem toe, haar lippen fluisteren over zijn huid. Zijn adem versnelt.
    "Fuck ja… kom maar.” Ze grijpt zijn steenharde lul. Hij voelt lekker in haar hand. Ze wrijft hem even over haar clitoris. Ze wil zijn lichaam. Haar ogen sluiten zich kort. Maar dan komt weer een licht gevoel van weerstand naar boven. Het is een schuld nu. Ze stopt, haalt diep adem en haalt haar handen van hem af.
    "Wat?" zegt hij. "Dat is alles?"
    Ze kijkt hem strak aan, en staat op.
    "Kom nou. Laat me nou niet hangen."
    Ze trekt haar shirt weer aan. Ze kán hem gehoorzamen. En ze kán hem misbruiken en manipuleren. Maar geen van beide zal echt bevrediging geven. Het geeft alleen maar leegte.
    De stilte vult de ruimte. Hier is alleen nog haar zelfliefde, maar er zijn teveel mensen. Ze trekt haar jas aan en pakt haar rugzak. Als ze de deur uitstapt voelt ze zich trots.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Leah Bosch1/4/25 13:30

      Oh, titel is uit "Zuigen en gezogen worden door de liefde" van Carlos Drummond de Andrade, vertaald uit het Portugees door August Willemsen. Ik heb hem in het boekje 'De liefde, natuurlijk'.

      Verwijderen
  13. Gabriëlle1/4/25 13:59

    kijk me aan zodat ik golf en leef

    Op de kaarten die voor me op tafel liggen, staan zwaarden. Ik tel er vijftien, zestien, zeventien. Ze legt me uit dat de zwaarden in de Kleine Arcana staan voor het element lucht, voor ratio en gedachten.
    'Is dat iets wat je herkent in je dagelijks leven?'
    In mijn hoofd stroomt mijn denken eindeloos. Het gaat door en door en ik probeer na te denken over een passend antwoord op de vraag, maar het lukt me niet dus moet ik harder, beter, meer nadenken.
    'Ja, best wel,' zeg ik uiteindelijk en ik vraag me af of ze mijn gedachten doorziet of voelt dat mijn hoofd inmiddels pijn doet van alle zwaarden die aan het vechten zijn om aandacht, want ze neemt met een knikje genoegen met mijn antwoord.
    'Trek nog maar een kaart.'
    De stapel kaarten in mijn handen voelt zwaar en hoe langer ik probeer te voelen welke kaart op dit moment voor mij bestemd is, hoe meer ik twijfel. Ik kies een willekeurige kaart en leg 'm naast de kaarten met zwaarden.
    'Een hele mooie kaart,' zegt ze, bijna opgelucht. Er staan bekers op in regenboogvorm. Bekers symboliseren het element water, vertelt ze, en water staat voor gevoel. Gevoelens komen en gaan zoals golven, razend en krachtig met witte schuimkoppen of rustig kabbelend over het zand. Ze noemt het de 'en ze leven nog lang en gelukkig'-kaart.
    Ik denk aan hem. Mijn rots waar ik kan landen nadat ik weer eens lang door de lucht heb gecirkeld. Mijn rots waar ik kan rusten als woelige golven me uitputten. Hij is mijn 'en ze leven nog lang en gelukkig'. Als hij me aankijkt, golft liefde door me heen en leef ik al het geluk.

    Uit Neem ruim zei de zee, van Sholeh Rezazadeh

    BeantwoordenVerwijderen
  14. Tussenwater

    Er hangt dauw in de lucht en water aan mijn wimpers. Mijn adem is zichtbaar in het schemerige ochtendlicht. Aan de overkant van het meer zit iemand op de steiger, zijn benen bungelen boven het spiegelende water. Ik herken de houding, de knik in de rug, het lichte draaien van zijn hoofd alsof hij me verwacht.
    Ik loop door het natte gras, mijn schoenen doorweekt. De geur van verrot blad en stilstaand water kruipt mijn neus in.
    ‘Je bent vroeg,’ zeg ik.
    ‘Jij ook.’ Zijn stem is schor, alsof hij de hele nacht niet heeft gesproken.
    Ik ga naast hem zitten, het hout voelt koud en vochtig onder mijn handpalmen. De wind ruist zachtjes door de rietkragen. Hij staart naar het water.
    ‘Waarom wilde je me hier ontmoeten?’ vraag ik.
    Hij haalt zijn schouders op. ‘Ik zou geen andere plek weten.’
    Mijn vingers schuren over een barst in de planken.
    Hij zucht, wrijft met zijn handen over zijn gezicht. ‘Je had niet moeten komen.’
    ‘En toch ben ik hier.’
    Een vis springt op, breekt even de stilte. De kring dijt uit, lost op. Hij sluit zijn ogen, even maar. Ik weet dat hij terug wil. Ik weet dat hij weg wil. Ik weet dat het geen van beide zal gebeuren.
    ‘Het wordt lichter,’ zeg ik uiteindelijk.
    Hij knikt, schraapt zijn keel. ‘Ik ga.’
    Maar hij blijft zitten. Zijn handen rusten op zijn knieën, zijn vingers bewegen alsof ze iets willen grijpen. Zijn schouders zakken in.
    Ik zeg niets. Hij ook niet. We blijven zitten, terwijl over het water een lichte rimpeling trekt.

    “Er hangt dauw in de lucht en water aan mijn wimpers”
    Sophia Blyden, Rood fruit

    BeantwoordenVerwijderen
  15. Dewi Broerse1/4/25 20:07

    Vrede past precies in twee minuten

    Vandaag hoeft ze geen boodschappen te doen, staat haar keurig geordende bureau op haar werk er eenzaam bij, worden er zelfs geen pakketjes aan haar bescheiden benedenwoning geleverd. Vandaag hoeft Mara helemaal niks, bedenkt ze zich opgelucht. Het licht in de donkere zolder van haar hoofd flikkert even aan, weer uit, waar zilvervisjes en pissebedden langs blauw gesteende oorknopjes via haar oren binnen kruipen. Vanuit haar kleine keuken staart ze uit het raam naar het prille begin van vruchten in de appelboom, probeert ze de krioelende gedachten weg te moffelen onder het geluid van de rochelende waterkoker. Met nog slappe handen aait ze haar bruine, vettige haren uit hun slaapstand. ’s Ochtends is de lucht nog ijzig, ondanks de vroege zon. Haar tepels tekenen de dunne stof van haar pyjamashirt. De waterkoker klikt, Mara schenkt haar mok vol met kokend water en giet de rest in een steelpannetje om straks een ei in te koken.
    Ze trekt een zwarte fleecetrui over haar hoofd, schuift haar modderige espadrilles van twee Franse zomers geleden aan haar blote voeten en stapt door de bruine deur haar tuin in. Het is klein, maar haar eigen. Neergeploft in de tuinstoel van grijsgekleurd hout overvalt de warmte van de zon haar. Op het dakterras erboven wappert de buurvrouw natte was uit om aan de lijn te hangen. Ze slaat haar hoofd achterover, mond iets open, ogen zachtjes gesloten. Alles wordt vuuroranje en een briesje dat langs haar gezicht glijdt draagt de appelzoete geur van vers gewassen katoen haar neusgaten in. Ze ziet haar moeder de was ophangen in de tuin van haar jeugd, Mara vraagt om een raketje en smeekt om nog een halfuur buitenspelen. Toen Annemaria koekoekte en zij diersoorten leerde aan de hand van het alfabet. Haar zolderlicht schittert en ze krabbelt waar beestjes uit haar oren vluchten. Daar is de eenvoud van het leven weer genieten, een diepe inademing, in plaats van onverklaarbaar eng. Stoom krult wit omhoog in het zonlicht. Ze neemt haar mok vol rooibos thee bij zijn oor en slurpt een eerste slok weg. Na enkele minuten ontneemt een wolk haar de zon en maakt alles zo koud als haar voeten al waren. Ze vlucht naar binnen om haar zaterdagse ontbijt klaar te maken. Een zilvervisje bevriest op de kitrand van het kozijn. Met haar wijsvinger tikt ze het kartonnen doosje open; geen eieren.


    “Waar ik aan denk” – Lucas Rijneveld

    BeantwoordenVerwijderen
  16. De horizon als enig vaste lijn

    De zee is kalm vandaag. Te kalm, alsof ze zich inhoudt. We zitten op het terras, mijn vader en ik. Hij met zijn handen om een kop koffie geklemd, mijn vingers rusten op het ruwe hout van de tafel. De geur van zout en wier hangt zwaar in de lucht.
    ‘Je blijft niet lang,’ zegt hij uiteindelijk. Geen vraag, een constatering.
    ‘Ik moet terug.’
    Hij knikt. ‘Je zus zou langer gebleven zijn.’
    De woorden blijven tussen ons hangen, als nevel boven het water. Mijn zus zou nog een kop koffie zetten. De plantjes water geven. Een doek over de tafel halen. Uitstellen, nog even.
    Mijn vader staart naar de zee. ‘Vroeger dacht ik dat de horizon een grens was. Dat je er kon komen, als je maar ver genoeg durfde te gaan.’ Hij neemt een slok. ‘Nu denk ik dat het de enige vaste lijn is die er is.’
    Ik volg zijn blik. Een streep, verder niets. Achter die lijn ligt alles wat ik ken. Mijn werk, mijn appartement met de krakende leidingen, mijn leven dat door blijft gaan.
    ‘Weet je wat ik nooit begrepen heb?’ zegt hij. ‘Mensen die zeggen dat de zee troost biedt. Ik vind het vooral een herinnering aan wat we verliezen. Eb en vloed. Komt en gaat.’
    De stilte is ongemakkelijk. Ik weet niet of hij mij bedoelt of haar, of allebei. Misschien maakt het niet uit.
    Als ik opsta, knikt hij. Een kleine beweging. Ik loop naar mijn auto zonder om te kijken.
    Achter me ruist de zee. Onverstoorbaar.

    Geïnspireerd door de zin: “de horizon als enig vaste lijn” uit het gedicht “Advies” van Ellen Warmond

    BeantwoordenVerwijderen
  17. Albert Geven3/4/25 06:15

    Hier nu langs het lange diepe water ( Lamento, Remco Campert)

    Hier nu langs het lange diepe water laat ik zoals elke avond mijn hond uit. Het is winter, er is geen maan en de sterren verschuilen zich achter een dik wolkendek. Ik huiver en trek mijn schouders op tegen de koude wind. In de verte zie ik de lichten van de televisietoren aan de rand van de stad. Verder niets. Ik denk aan mijn scheiding, hoe het leven zonder mijn vrouw eruit zal zien. In de verte, rechts van het jaagpad op nummer vierendertig gaat een lichtje aan. Achter het rode gordijn op de slaapkamer wacht iemand op me. Over een paar minuten zal ik bij hem zijn, ik zal de hond in de grote hal met wat brokjes achterlaten en de trap oplopen waar hij op me wacht om de liefde te bedrijven. We doen dit elke maandag op de kooravond van onze vrouwen.
    Het geluid van een naderende ambulance onderbreekt het gepieker. De blauwe lichten geven het groen van de berm een paars spookachtig licht. Bij nummer vierendertig rijdt de wagen de dijk af. De lichten in de hal en op de oprit springen aan. Vanachter de lindeboom kijk ik toe hoe Joris in de wagen wordt geschoven. Het laatste dat ik zie zijn de loafers die onder het witte laken uitsteken. Het laken dat ook zijn hoofd bedekt.

    BeantwoordenVerwijderen
  18. VaudChespeldt3/4/25 13:26

    Bij jou vergeet ik bijna dat we samen maar één leven krijgen.

    Kijk haar nou zitten, daar op de bank. Onderuitgezakt, dekentje, kat op schoot, warme trui aan, telefoon in de hand, Spaanse Netflix serie op mute. Ze lijkt wel een standbeeld. De poes snort. Er wurmt zich een handje van onder het dekentje naar een litermok thee. Buiten raast de wereld. Binnen raast er niks. Uitgeraast.

    Ik loop langs, knijp in een met discoslof omhulde grote teen, hoor een lief grommetje als blijk van herkenning. Verder beweegt er niks. Aan tafel ga ik aan haar kant zitten, zodat de plant mij het zicht niet ontneemt. Onder het valse voorwendsel van mijn boek, werp ik schuine blikken op haar. Schuine blikken om de status quo niet te verstoren. Schuine blikken omdat ze het lekkerste ligt als ze zich niet bekeken waant. Een half uur en vier pagina’s later is mijn blik niet schuin genoeg. Mijn hoofd beweegt teveel. Ze schrikt op, kijkt naar me, tovert een lach op haar gezicht en wapperwaait in stilte naar me. Zoals wij dat al jaren doen. Waarmee ze zegt ‘hier ben ik’.

    (Schaduwen - Ingmar Heytze)

    BeantwoordenVerwijderen
  19. Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij

    Het gesprek met vader, voor hij mij hierheen stuurde gisteren, lijkt zo ver weg. De kamer is ijskoud. Het beddengoed schuurt ruw tegen mijn huid. De lakens plakken van het zweet en bloed. Ik schreeuw. De geur van urine is dik en verstikkend. Mijn handen trillen.
    De non staat aan het voeteneinde van het bed, handen gevouwen op haar schort. Ze kijkt niet naar mij, maar mompelt in haarzelf. Als het krijsen van het kind begint, draait ze zich naar mij. Ze beweegt, haar schort ruist. Haar koude vingers sluiten zich om mijn dochter.
    Heel even laat ze het aan mij zien. Het kind is te klein en te licht. Dunne huid, blauwige aderen zichtbaar. Het bed kraakt wanneer ik me beweeg. Elke ademhaling voelt als een mes in mijn buik, de pijn die geen einde kent. De lakens voelen klam en vies. De metalen spijlen van het bed zijn koud. De non aarzelt, wikkelt een doek om het kind en draait zich om.
    “Ik kom zo terug.”
    Haar passen zijn gedempt op de stenen vloer. De deur piept als ze opent. Ze kijkt over haar schouder naar mij. Een blik van medelijden. Ik strek mijn hand uit naar het kleine kind. Mijn borstkas schokt. Ik durf te kijken, maar niet te hopen. De schaduw van de non verdwijnt. De deur sluit.
    De geur van zweet en bloed blijft hangen. Ik kijk naar buiten. Buiten drijft mist over de binnenplaats. Een groepje nonnen praat met elkaar en lacht.

    Anna Wilhelmina Maria Brouns, geboren te Roermond op 24 september 1901, overleden te Thorn op 3 mei 1919.
    Haar dochter van een onbekende man:
    Helena, geboren te Thorn op 3 mei 1919, overleden aldaar op 4 mei 1919.

    (Psalmen, 23:4)

    BeantwoordenVerwijderen
  20. Te pijnlijk en te ontwricht

    Nog voordat de wekker af kan gaan, heeft ze al op de uitknop gedrukt. Ze heeft elk uur van de nacht voorbij zien komen en nu is het tijd om deze dag het hoofd te bieden. Het verdrietige hoofd. Ze zwaait haar opgezwollen voeten over de bedrand en blijft even puffend zitten. Ze legt haar handen op haar enorme buik. “Stil maar kleintje”, zegt ze sussend tegen haar bewegende buik. Met een zachte kreun laat ze zichzelf van het bed glijden, nu de klossen er al onder staan komt ze niet meer met haar voeten aan de grond. Ze neemt de zwarte zwangerschapsjurk van de haak en kleedt zich zwijgend aan. Opgelucht ziet ze dat de jurk tot haar enkels komt. Nu hoeft ze zichzelf tenminste niet in een knellende panty te hijsen. Ze kijkt naar haar verzameling schoenen. “Begrafenis of niet, het worden toch de sneakers.” Bang alsof iemand commentaar gaat geven, trekt ze snel haar comfortabele sneakers aan. “Mensen begrijpen het wel in mijn toestand”, stelt ze zichzelf gerust.
    De plechtigheid is als een waas aan haar voorbijgaan. Gelukkig heeft ze ervoor gekozen om het te laten opnemen, voor de baby, voor later. Ze ziet dat de uitvaartbegeleider naar haar knikt, blijkbaar is het haar beurt. Tranen vullen haar ogen als ze voor de laatste keer naar haar man loopt, de vader van haar ongeboren kind. Ze legt een hand op de eenvoudige kist. “Ik kan er niets aan doen lief, maar ik ben zo boos op jou. Kanker of geen kanker, je had me niet nu al alleen moeten laten.” Ze bukt zich en drukt een kus op de kist. Een pijnscheut laat haar omhoog veren. Vruchtwater stroomt over haar witte sneakers.

    Dood - Remco Campert

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten